Archief voor november 2015

Alert zijn op eenzaamheid onder vrijwilligers

Wat kun je als vrijwilligersorganisatie doen? De Week tegen de Eenzaamheid is voorbij, maar aandacht voor mensen in een sociaal isolement blijft belangrijk. Het doen van vrijwilligerswerk kan positieve effecten hebben. Persoonlijke aandacht, een goede sfeer en passend vrijwilligerswerk zijn dan wel voorwaarden. In Nederland zijn meer dan een miljoen mensen eenzaam. Zij ontwikkelen vaak eigen manieren om hiermee om te gaan, bijvoorbeeld het doen van vrijwilligerswerk. Hoe kun je als vrijwilligersorganisatie alert zijn op eenzaamheid bij vrijwilligers? Lees meer

Hoe werf ik meer vrijwilligers en hoe zorg ik dat ze gemotiveerd zijn?

Een vraag waar veel (vrijwilligers-)organisaties mee worstelen. En dat is niet zo gek; het managen van vrijwilligers in veel opzichten moeilijker dan het managen van betaalde krachten. Er is geen sprake van loon en hiërarchische opdrachten, maar het draait om intrinsieke motivatie en medewerkers die zelf bepalen op welke competenties ze willen worden aangesproken. Gelukkig zijn er boekenplanken vol over het ontwikkelen van een vrijwilligersbeleid.

Hoe vindt u tussen al die literatuur de voor uw organisatie meest geschikte aanpak? Movisie helpt u op weg met een overzicht van de belangrijkste literatuur. De beschrijving helpt u op weg om de voor uw organisatie juiste titel te vinden.

Lees hier de 12 literatuurtips voor goed vrijwilligersmanagement van Movisie.

Zonder vrijwilligers geen sociale innovatie?

Vrijwilligers, burgerinitiatieven, non-profitorganisaties en sociale ondernemers zijn beter in het realiseren van sociale innovatie dan overheid en bedrijfsleven. Een boude bewering die bij menigeen de wenkbrauwen zal doen fronsen. Toch is deze uitspraak het uitgangspunt van een groot vierjarig Europees onderzoeksproject. Wat zijn de resultaten (tot nu toe) en welke kanttekeningen kun je plaatsen bij dit onderzoek? Over het belang van sectoroverstijgende samenwerking om écht tot sociale innovatie te komen.

Zonder vrijwilligers geen sociale innovatie?
Lees hier het gehele artikel van Movisie.

Wijzigingen AWBZ en Wmo: een overzicht

Gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor ondersteuning en begeleiding van hun burgers. De extramurale verpleging, een groot deel van de persoonlijke verzorging en de langdurige GGZ is overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. Het beschermd wonen is ook onder de verantwoordelijkheid van gemeenten komen te vallen, waarbij voor GGZ-cliënten een waarborg ingebouwd is dat zij de komende vijf jaar de ondersteuning houden waar ze nu al gebruik van maken.

Het kabinet wil de komende jaren de omslag maken naar Zorg dichtbij: ‘meer zorg in de buurt, meer samenwerking tussen aanbieders en houdbaar gefinancierde voorzieningen, zodat ook latere generaties er nog gebruik van kunnen maken’. Gemeenten kunnen, aldus het regeerakkoord, meer maatwerk bieden en inspelen op lokale omstandigheden en zorgbehoeften van cliënten. Daarvoor is naast de transities ook een transformatie nodig in het sociale domein.

Persoonlijke verzorging naar zorgverzekeringswet

De extramurale persoonlijke verzorging is ondergebracht bij zorgverzekeraars. Onder persoonlijke verzorging valt hulp bij het aankleden, eten, drinken, wassen, toiletgebruik e.d. en eenvoudige verpleegkundige handelingen. De gedachte hierachter is, dat persoonlijke verzorging voor de meeste mensen samenhangt met de verpleging die zij ontvangen. Niet alle vormen van verzorging zijn ondergebracht bij de zorgverzekeraars. Sommige mensen kunnen zichzelf wel wassen en aankleden, maar hebben aansporing nodig omdat zij een ‘regieprobleem’ hebben. Eerder viel hun begeleiding ook onder de Awbz-functie Persoonlijke Verzorging, maar dit is onderdeel geworden van begeleiding in de Wmo en valt dus nu onder gemeenten. Ook de hulp bij persoonlijke verzorging, inclusief toiletgang, tijdens dagbesteding, behoort nu tot de verantwoordelijkheid van de gemeente.

Transitie AWBZ extramurale begeleiding: de feiten

  1. De extramurale AWBZ is sinds 1 januari 2015 komen te vervallen. Gemeenten zijn nu verantwoordelijk voor ondersteuning en begeleiding. Dit is wettelijk onderbouwd door een uitbreiding van het compensatiebeginsel in de Wmo. Circa 75% van het budget is naar gemeenten overgeheveld.
  2. Extramurale dagbesteding valt sinds 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van gemeenten.
  3. De veranderingen met betrekking tot hulp bij het huishouden zjin sinds 2014 van start gegaan. Nieuwe clienten kunnen niet langer rekenen op het bestaande aanbod, omdat de aanspraak op huishoudelijke verzorging in de Wmo is komen te vervallen. Voor bestaande cliënten gaat de maatregel een jaar later in. Via de Wmo wordt een maatwerkvoorziening aangeboden voor mensen die het echt nodig hebben en het niet uit eigen middelen kunnen betalen.
  4. Extramurale verpleging is van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet overgeheveld. De wijkverpleging heeft nu een belangrijke rol: doel is om mensen langer thuis te laten wonen. Deze wijkverpleging wordt dus gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet.
  5. De langdurige GGZ (met behandeling) is van de AWBZ overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. De zorgverzekeraars worden in 2017 financieel verantwoordelijk voor de GGZ.
  6. De kern-AWBZ, die nog was overgebleven op 1 januari 2015, is nu de Wet Langdurige Zorg. In deze wet wordt de zorg voor de meest kwetsbare ouderen en gehandicapten geregeld. Binnen de Wet Langdurige Zorg is zorg een verzekerd recht voor mensen die permanent (24/7) zorg in de nabijheid nodig hebben.

De nieuwe Wmo

De Nieuwe Wmo is in 2015 van start gegaan. Hierin zijn de nieuwe taken van gemeenten op het terrein van ondersteuning en zorg aan burgers vastgelegd.

Van compensatieplicht naar resultaatverplichting

In de Wmo 2015 is het ‘automatische’ recht op zorg en ondersteuning komen te vervallen. Er wordt niet langer gesproken over ‘compensatieplicht’; de gemeente heeft nu een ‘resultaatverplichting’: niet de compensatie van een gebrek staat centraal, maar het zorgdragen voor een resultaat. Dat betekent bijvoorbeeld dat niet automatisch een maaltijdservice wordt ingeschakeld als het gewenste resultaat is dat iemand dagelijks een warme maaltijd eet. Er is ruimte voor andere, mogelijk beter passende oplossingen. Zo kan een cliënt het prettig en stimulerend vinden om vaker te eten bij familie, om wekelijks aan te schuiven bij een maaltijdgroep en om vrijwillige hulp te krijgen bij het koken thuis. De maaltijdservice blijft beschikbaar voor de mensen, in wiens situatie dat de best passende oplossing is. Als gevolg van de veranderingen hebben gemeenten afgelopen jaren hun uitgangspunten moeten aanscherpen. Ze hebben nieuwe afspraken moeten maken met aanbieders en maatschappelijke organisaties (al dan niet middels aanbesteding) en ze hebben de toegang tot voorzieningen opnieuw en anders georganiseerd.

Nieuwe doelgroepen voor gemeenten

Gemeenten hebben, sinds de wijzigingen van AWBZ naar Wmo, te maken met nieuwe doelgroepen die veelal niet gewend zijn zich tot de gemeente te wenden voor ondersteuning. Daarbij hebben gemeenten een kleiner budget voor de extramurale begeleiding (korting van circa 25%). Veel gemeenten brachten ter voorbereiding op de transitie van de extramurale begeleiding AWBZ al in beeld om welke doelgroepen het zou gaan en welke aanbieders op dit terrein een rol spelen. Daarbij maken zij gebruik van de informatie van CIZ.

Andere actoren

Naast de gemeenten spelen de aanbieders van zorg, welzijn, wonen, arbeid een rol. Aansluitend op de kanteling in de Wmo, spelen cliënten-, vrijwilligers- en burgerorganisaties een steeds belangrijker rol.

Transitie én transformatie

De stelselwijziging in de AWBZ moet, samen met de andere transities in het sociale domein:

  • de fragmentatie van het ondersteuningsaanbod tegengaan
  • de omvang en de kosten van de verzorgingsstaat beperken
  • een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de participatiesamenleving

Dat vraagt naast de stelselverandering om een inhoudelijke vernieuwing. Een ander aanbod van ondersteuning en begeleiding en anders werken van professionals en organisaties. Ander gedrag ook bij burgers en het anders met elkaar omgaan van burgers / vrijwilligers / cliënten, professionals, aanbieders en gemeenten. We spreken over een transformatie in het sociale domein. Lees hier meer over in de publicaties Op weg naar duurzame maatschappelijke ondersteuning en de publicatie Decentralisatie betekent transitie & transformatie. Ook sociale wijkteams vormen een belangrijk middel bij deze transformatie.

 

Bron: www.movisie.nl

Participatiewet en de nieuwe WWB maatregelen: een overzicht

Activering en participatiebevordering in een nieuw wettelijk kader

ARTIKEL – 1 oktober 2015

De langverwachte Participatiewet is in werking getreden. De Wet maatregelen WWB is per 1 januari 2015 op een aantal onderdelen aangepast en is onderdeel van de Participatiewet. We zetten hier de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen van de wetten op een rijtje.

De participatiewet

Het doel van de participatiewet is om meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. De gemeente is verantwoordelijk geworden voor mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben. De wet geeft de gemeenten een aantal instrumenten om te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking een plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden. De belangrijkste zijn loonkostensubsidie en beschut werk. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over extra banen.

Gemeenten bepalen op basis van maatwerk wie voor welke vorm van ondersteuning in aanmerking komt.

De gemeente heeft voor de nieuwe doelgroep dezelfde taken als voor mensen met een bijstandsuitkering, namelijk om deze mensen ondersteuning te bieden gericht op arbeidsinschakeling en waar nodig, inkomensondersteuning. Gemeenten bepalen op basis van maatwerk wie voor welke vorm van ondersteuning in aanmerking komt.

Voor wie?

De doelgroep van de Participatiewet bestaat uit:

  • alle mensen die nu onder de Wwb vallen;
  • Wajongers die niet duurzaam 100% arbeidsongeschikt zijn;
  • Wsw doelgroep.

Voor mensen die door hun arbeidsbeperking enkel in een beschutte omgeving kunnen werken, was er in 2014 nog de Wsw. Vanaf 2015 is de Wsw afgesloten voor nieuwe instroom. Wsw-werknemers met een dienstbetrekking houden hun wettelijke rechten en plichten. Gedurende de komende decennia neemt het bestand van Wsw-werknemers door natuurlijk verloop geleidelijk af.

De Wajong is vanaf 1 januari 2015 alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. UWV beoordeelt of iemand recht heeft op Wajong. Mensen die nu een Wajong-uitkering hebben, behouden deze uitkering. Wel zal iedereen met een Wajong-uitkering door UWV opnieuw worden beoordeeld op arbeidsvermogen. Alle huidige Wajongers blijven ook na deze beoordeling bij UWV. Er worden geen huidige Wajongers overgedragen naar gemeenten.

Loonkostensubsidie

Om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, krijgt de gemeente de mogelijkheid om loonkostensubsidie te verstrekken. Loonkostensubsidie kan worden ingezet voor mensen die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Het gaat dus om mensen die per uur niet volledig productief zijn. De loonkostensubsidie wordt verstrekt aan de werkgever en kan, waar nodig, structureel worden ingezet. Loonkostensubsidie kan ook worden ingezet voor werknemers die op een beschutte werkplek werken.

Beschut werk

Tegelijkertijd met het afsluiten van de Wsw is de opbouw van beschut werk begonnen. Wat is beschut werk? Beschut werk is bedoeld voor mensen die door hun lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding en aanpassingen van de werkplek nodig hebben, dat niet van een reguliere werkgever mag worden verwacht dat hij deze mensen in dienst neemt.

Met de voorziening beschut werk kan de gemeente deze mensen toch in een dienstbetrekking laten werken. Deze groep komt in dienst van de gemeente. De gemeente kan deze dienstbetrekking ook organiseren bij een reguliere werkgever die deze begeleiding en aanpassingen wel (met ondersteuning door een gemeente) kan aanbieden. In totaal gaat het om het creëren van 30.000 beschutte plekken.

Samenloop arbeidsmatige dagbesteding/beschut werk

Momenteel werken naar schatting tussen de 40-60.000 mensen op een plek die geduid wordt met de term ‘arbeidsmatige dagbesteding’. De financiering van deze vorm van dagbesteding viel voorheen onder de functie begeleiding in de AWBZ. Deze is overgebracht naar de gemeente en opgenomen in de Wmo. Deze beide doelgroepen vertonen grote overeenkomsten. In de praktijk blijkt werk in de arbeidsmatige dagbesteding en de beschutte Wsw behoorlijk vergelijkbaar. Ook de profielen van de mensen vertonen grote overeenkomsten. Arrangementen die beide vormen combineren lijken dan ook voor de hand te liggen.

Extra banen

In het sociaal akkoord hebben werkgevers afgesproken dat ze extra banen gaan creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Het gaat uiteindelijk om 100.000 extra banen (oplopend tot 2026) in de marktsector. De overheid zorgt tot 2024 nog eens voor 25.000 extra banen. Deze baanafspraak staat los van de 30.000 beschutte werkplaatsen die in de komende jaren worden gecreëerd en los van de arbeidsplaatsen waarop nu Wajongers al werken. Als werkgevers de afgesproken extra banen onvoldoende realiseren, treedt een wettelijk quotum in werking. Het quotum houdt in dat op termijn elke werkgever met 25 en meer werknemers een formele verplichting krijgt arbeidsplaatsen open te stellen aan mensen met een arbeidsbeperking en moet betalen voor niet vervulde plekken.

Nieuwe maatregelen WWB

In de nieuwe maatregelen WWB worden een heel aantal zaken geregeld: uitbreiding inkomensondersteuningsmaatregelen, arbeids- en re-integratieverplichtingen en ook de tegenprestatie naar vermogen.

Tegenprestatie naar vermogen

Een onderwerp dat in het kader van activering erg relevant is, is de tegenprestatie naar vermogen. De gemeente moet het aan bijstandsgerechtigden opdragen van een significante tegenprestatie regelen bij verordening. Dit biedt de gemeente de ruimte voor het leveren van individueel maatwerk. Het college is verplicht expliciet beleid te ontwikkelen betreffende de inhoud, omvang en duur van de tegenprestatie. In deze verordening kunnen gemeenten vervolgens o.a. opnemen dat vrijwilligerswerk van een bepaalde inhoud en omvang als tegenprestatie is te kwalificeren. Tevens kan de gemeenteraad in de verordening de bepaling opnemen dat, als de belanghebbende mantelzorg verricht, deze geen tegenprestatie wordt opgedragen, zolang hij mantelzorg verricht. De tegenprestatie mag het re-integratiebeleid niet doorkruisen. Het college voert dit beleid vervolgens uit. Verder is ook geregeld dat het college geen tegenprestatie oplegt aan alleenstaande ouders die de volledige zorg hebben voor een of kinderen tot vijf jaar.

Programmaraad

Gemeenten hebben in 2014 hard gewerkt om vanaf dit jaar de nieuwe doelgroep te kunnen ontvangen. Daarvoor hebben gemeenten lokaal beleid ontwikkeld, gemeentelijke verordeningen aangepast en (waar nodig) de organisatie aangepast. Ze deden dit samen met Programmaraad, een samenwerking tussen VNG, UWV, Divosa en Cedris. Ook was de Landelijke Cliëntenraad bij de voorbereiding en implementatie betrokken. Een model plan van aanpak voor de invoering van de Participatiewet en de WWB-maatregelen en tal van handreikingen zijn te vinden op de website samenvoordeklant.nl.

Aan de slag

Wat is een succesvolle, effectieve aanpak om meer mensen kansen te geven op de arbeidsmarkt? Download onderstaande publicatie met 29 goede voorbeelden.

Publicatie: https://www.movisie.nl/sites/default/files/alfresco_files/Werken-aan-economische-participatie%20[MOV-2067400-1.0].pdf.

Bron: https://www.movisie.nl/artikel/participatiewet-nieuwe-wwb-maatregelen-overzicht.