Berichten door Tom de Graaff

UVV Nijkerk wint de Vernieuwingsprijs

Vrijwilligersprijs voor nieuw initiatief
Het bestuur van de Stichting Charlotte s’Jacob Fonds maakte op 15 november de winnaar bekend van de prijsvraag die is uitgeschreven onder de afdelingen van de Unie Van Vrijwilligers (UVV) Nederland. De afdeling die met het beste vernieuwende plan komt wint de prijs van 2000 euro als extra stimulans om het plan te realiseren. De prijsuitreiking vond plaats tijdens de Algemene Ledenvergadering van UVV Nederland in Amersfoort op 15 november 2016.

Nieuw initiatief om sociaal isolement te doorbreken
De prijs van 2016 gaat naar de afdeling Nijkerk, die samen met de plaatselijke bibliotheek in september van dit jaar een nieuw project is gestart. Inwoners die om wat voor reden ook niet in staat zijn om zelfstandig naar het gebouw van de bibliotheek te komen, worden elke eerste en derde woensdagochtend kosteloos heen en weer gebracht door de vervoersdienst van de UVV. Doelstelling is om inwoners die dreigen te vereenzamen of in een sociaal isolement terecht kunnen komen, een nieuwe ontmoetingsplek te bieden en ze daarmee te laten blijven participeren in de samenleving. Het lidmaatschap van de bibliotheek is daarvoor geen vereiste. Met het nieuwe project bouwt UVV Nijkerk voort op het bestaande project Boek aan huis, maar voegt er vervoer en een sociale component aan toe.

Maatschappelijk belang en voorbeeldwerking
Het bestuur prijst het maatschappelijke belang en het vernieuwende karakter van het project. De prijs is een stimulans om verder te gaan op de weg van lokale samenwerking en heeft in die zin ook een voorbeeldwerking voor andere UVV-afdelingen.

Bert de Graaf, voorzitter van UVV Nijkerk en oud wethouder van de gemeente Nijkerk nam de cheque van 2000 euro in ontvangst.

 

foto-nijkerk-vernieuwingsprijs

Eervolle vermeldingen voor UVV Haarlem en UVV Tilburg

Tijdens de Algemene Ledenvergadering van UVV Nederland op dinsdag 15 november 2016 werden twee eervolle vermeldingen en een prijs van 500 Euro uitgereikt door het bestuur van het Charlotte s'Jacob Fonds. Lida van Veen, voorzitter van UVV Haarlem, nam de eervolle vermelding en prijs in ontvangst voor het onderzoek dat zij verrichten naar de opvang van mensen na ontslag uit het ziekenhuis.

uvv-haarlem-eervolle-vermelding

Ook Toon van Ham, voorzitter van UVV Tilburg, nam de eervolle vermelding en prijs in ontvangst voor het initiatief van een fietstaxi, waarmee patiënten in het Elisabeth Ziekenhuis kunnen worden vervoerd.

uvv-tilburg-eervolle-vermelding

Ouderen in zorghuizen – kwaliteit van verpleeghuiszorg

In deze publicatie ‘Ouderen in zorghuizen’ staat een samenhangende visie op kwaliteit van intramurale ouderenzorg. Hierbij staat de bewoner centraal, maar het gaat ook om de medewerkers. Sommige mensen vinden het een verademing als ze naar een woonvorm voor 24-uurszorg kunnen, maar de meesten zijn helemaal niet blij dit te doen. Ze hebben gezondheidsproblemen die het leven niet eenvoudiger maken. Het uitgangspunt is daarom ‘er het beste van te maken’.

ouderen-zorghuizen-kwaliteit-verpleeghuiszorg

De publicatie is bedoeld om met elkaar duidelijk te krijgen wat goede verpleeghuiszorg is; om het gesprek binnen de woonvormen te stimuleren. De tekst helpt bij de samenspraak tussen bewoners, mantelzorgers, vrijwilligers en zorgprofessionals. De publicatie is afgeleid van het rapport ‘Ouderen in zorghuizen: broze mensen én leefplezier‘, uitgegeven door Waardigheid en trots, november 2015.

Download hier het pfd-bestand.

De voordelen van de participatiesamenleving

‘De klassieke verzorgingsstaat verandert langzaam maar zeker in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving’. Dit zei koning Willem-Alexander twee jaar geleden in zijn eerste troonrede. Het werden historische woorden: grootscheeps opgepikt door de media, hét woord van het jaar 2013 en inmiddels niet meer weg te denken uit ons collectieve vocabulaire. Aan het eind van 2015 zetten we de voor- en nadelen van de participatiesamenleving op een rijtje en schetsen we een beeld van de toekomst.

 

De term participatiesamenleving kwam in 2013 niet uit de lucht vallen. Al in 1991 sprak PvdA-leider Wim Kok het PvdA-congres toe met de woorden: ‘Wij zitten nu in een overgangsfase: van een verzorgingsstaat naar een werkzame, naar een participatiesamenleving’. Premier Balkenende noemde het in 2005 en in 2013 lanceerde het kabinet Rutte de participatiesamenleving dus opnieuw via de troonrede. Daarmee is de term al bijna 25 jaar oud. Maar bestaat de participatiesamenleving al niet veel langer, zonder het zo te benoemen? Onze voorouders waren toch ook gewend om voor elkaar te zorgen, in gezins- en familieverband, binnen de gemeenschap en op het niveau van de samenleving? Kijk maar naar organisaties als het Rode Kruis, sinds 1864 actief als vereniging van vrijwillige hulpverleners. Of de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, in 1824 opgericht door verontruste burgers nadat veel mensen waren verdronken in zee. Ook dan al gaat het om burgers die vrijwillig de verantwoordelijkheid nemen om hulp te bieden of levens te redden. De participatiesamenleving is dus echt niet van vandaag of gisteren.

En die participatiesamenleving wordt in 2015 van links tot rechts door de politiek omarmd. Waarom? Omdat het begrip voldoende ruimte biedt om naar eigen politieke kleur in te vullen. De participatiesamenleving zou de vrijheid van burgers bevorderen (rechts), het maatschappelijk middenveld versterken en mensen meer naar elkaar doen omzien (midden) en burgers zouden geprikkeld worden om meer verantwoordelijkheid te nemen voor de noden om hen heen (links). Grote woorden! Maar wat zijn de voordelen van de participatiesamenleving?

Voordeel #1

Als eerste en in tijden van bezuinigingen misschien wel cruciaal: de participatiesamenleving is goedkoper dan de verzorgingsstaat. Al zullen tegenstanders wellicht aanvoeren dat goedkoop uiteindelijk duurkoop zal zijn.

Een paar cijfers: in 2015 bedragen de totale zorgkosten in Nederland 94 miljard euro. Dat is 15 procent van wat burgers en bedrijven in Nederland samen verdienen; het CPB berekende dat dit in 2040 kan stijgen tot 31 procent. Dat is heel veel geld. Geld dat niet uitgegeven kan worden aan beter onderwijs, onderhoud van wegen of het stimuleren van sport en bewegen. Investeren in een participatiesamenleving die onderling en tegen veel lagere kosten voor elkaar zorgt, lijkt dan een goed alternatief.

Lees hier meer.

Vrijwilligerstest

Wil je als vrijwilliger aan de slag in de zorg, maar weet je niet precies wat je zou willen doen? Denk je dat de zorg niets voor je is, maar wil je misschien toch verrast worden?  Of ben je als zorgorganisatie op zoek naar nieuwe vrijwilligers met bepaalde talenten? Dan is de Vrijwilligerstest voor de zorg iets voor jou.

Je kunt de test nu maken en de resultaten uitprinten. Je kunt de test ook downloaden en op papier maken. Bepaal jouw eigen voorkeur.

Lees hier meer.

Vrijwilligerswerk werkt voor je carrière

Vrijwilligerswerk levert een derde meer kans op een sollicitatiegesprek, zo blijkt uit Belgisch onderzoek. De wetenschappers vergeleken de kansen op positieve reacties na schriftelijke sollicitaties voor eenzelfde vacature door twee zeer gelijkaardige jobkandidaten. Om beurt vermeldden de twee kandidaten vrijwilligerswerk in de variasectie van hun cv.

Lees hier meer.

 

Initiatiefnota CDA goed begin; wie maakt het af?

Vereniging NOV is erg blij met de CDA-initiatiefnota ‘Vrijwilligers zijn Kampioenen’. De nota pakt een aantal knelpunten op die NOV al geruime tijd signaleert. Daarbij onderstreept de nota het belang van particulier initiatief, de eigen inzet van vrijwilligers en dat vrijwilligerswerk nooit het verlengstuk van de overheid mag zijn. Het CDA benadrukt ook dat de overheid voorwaarden moet scheppen. Niet alleen door knelpunten weg te nemen, maar juist ook door te faciliteren. Daarvoor zijn echter ook middelen nodig.

Nederland is koploper vrijwillige inzet. Op jaarbasis zetten alle vrijwilligers zich 1 miljard uur in voor allerlei maatschappelijke doelen. Wie de waarde in geld wil becijferen, moet denken aan een maatschappelijke investering van 14,5 miljard euro, zuinig berekend. Met de participatiesamenleving vraagt de overheid nog meer inzet en dat kan. Kijk maar naar de golf van vrijwilligers die vluchtelingen wil helpen. Noodzakelijke voorwaarde is dat de overheid consistent beleid voert en investeert in het scheppen van goede voorwaarden om vrijwilligers te faciliteren bij hun inzet.

Lees hier meer.

Participatiedebat 2015, Meedoen maakt gezond – kiezen én delen

Ze waren er: de burgers met bravoure, de leiders met lef en de professionals met pioniersgeest. Op 23 november namen zij deel aan het Participatiedebat 2015 ‘Meedoen maakt gezond – kiezen én delen’. Conclusie: samenwerken en verbindingen leggen tussen verschillende domeinen is essentieel, maar niet voldoende. Gemeenten moeten investeren en zich meer bezinnen op hun leidende rol als opdrachtgever.

Samenwerken met een brede blik

Of het nu gaat om sociaal werkers, maatschappelijk werkers, wijkverpleegkundigen, praktijkondersteuners of huisartsen. Allemaal staan zij in hun werk voor de opgave om vanuit hun eigen vakgebied meer en meer met elkaar samen te werken en met een brede blik te kijken naar alles wat ertoe doet voor hun burgers, cliënten of patiënten. Want in het dagelijks leven is niets opgesplitst in verschillende domeinen, heeft alles met alles te maken. Schulden en armoede bijvoorbeeld veroorzaken stress en schaamte, leiden tot teruggetrokken bestaan en belemmeren het maken van gezonde leefstijlkeuzes. Onderaan de streep leidt dit tot minder kwaliteit van leven en een aanzienlijk kortere levensduur. Bovendien kost het de samenleving veel geld aan ziekteverzuim, uitkeringen en onnodige zorgconsumptie. En – ook niet onbelangrijk – het leidt juist niet tot de doelen die gemeenten proberen te realiseren in het kader van de transitie en transformatie, zoals het versterken van burgerkracht en sociale participatie.

Gezond maakt sociaal – en andersom!

Steeds meer gemeenten zien inmiddels dat de sleutel ligt bij gezondheid. Want gezond maakt sociaal. En andersom maakt sociaal ook gezond. Tegen die achtergrond stimuleren ze de verbinding tussen partijen in het sociale domein en het fysieke gezondheidsdomein. Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht en voorzitter van de VNG, komt met een treffend voorbeeld van een huisarts in een achterstandswijk. Onlangs nam die arts contact op met het wijkteam, omdat hij op zijn spreekuur voortdurend achter de feiten aan liep en dus meer preventief wilde gaan werken. 80% van de klachten op zijn spreekuur hadden namelijk te maken met stress, ongezonde voeding en een gebrek aan beweging.

Kortom, de inzet op eigen kracht en eigen regie kan niet zonder een brede focus op gezond leven – en dat in de volle breedte, aldus Van Zanen. Met aandacht voor de fysieke en mentale gezondheid van burgers. Maar ook met oog voor wonen, werk en onderwijs. ‘Zolang we al die verschillende onderdelen niet integraal aanpakken is het als los zand. Maar als we in staat zijn om meerdere domeinen met elkaar te verbinden, dan kunnen we met dat losse zand kastelen bouwen.’ Bekijk het filmpje met enkele statements van Jan van Zanen.

Nieuwe mindset

Ook Aletta Winsemius, verkenner bij Movisie, benadrukt het belang van een sterkere verbinding tussen ‘sociaal en gezond’. Dat vergt een nieuwe mindset, zowel van professionals als van organisaties in de maatschappelijke ondersteuning, hulpverlening en gezondheidszorg. Zij moeten verbindingen zoeken in nieuwe netwerken, ook al schuurt dat soms vanwege de welbegrepen eigenbelangen van ‘concullega’s’. ‘De nieuwe manier waarop de zorg en ondersteuning gestalte krijgt als gevolg van de transformatie heeft de weg geëffend voor meer samenwerking tussen verschillende domeinen. Pas sinds kort komt hierbij ook het gezondheidsdomein in beeld. Dat is niet zo gek, want juist daar liggen kansen om verbindingen te leggen. Bijvoorbeeld tussen het sociale domein en domeinen als preventie en eerstelijns gezondheidszorg. Daarbij moeten we op een andere manier leren kijken, onze blik kantelen. En nu dat volop gaande is, moeten we doorrollen. Meer holistisch en systemisch gaan werken. Met aandacht voor voorzorg en preventie. Met aandacht voor en gezondheid, en inkomen, en woonsituatie, en opleiding, en opvoeding, etc.’ Bekijk het filmpje met enkele statements van Aletta Winsemius.

Vernieuwers vanuit de praktijk

Tijdens het Participatiedebat komen ook een leefstijlconsulent, huisarts, wethouder en ‘zomaar’ een burger aan het woord.

  • Irmgard Winter blikt terug op de manier waarop zij probleemgezinnen ondersteunde bij het thuis ontbijten;
  • Corinne Colette laat een model zien dat zij gebruikt om met haar patiënten en netwerkpartners vanuit verschillende perspectieven op zoek te gaan naar het oplossen van gezondheidsklachten;
  • Fleur Imming geeft een toelichting bij initiatieven van gemeente Amersfoort om ‘sociaal en gezond’ op lokaal niveau met elkaar te verbinden;
  • Willemien Visser vertelt over Wijzelf, de zorgcoöperatie die zij opzette in Zoetermeer. Hun bijdragen in vier quotes:

Leefstijlconsulent Irmgard Winter: ‘Gezondheid staat voor het eerst op de agenda bij de gemeente Den Haag. Dat is een begin. Maar tegelijkertijd zie ik dat er ook nog eilandjes zijn en organisaties die hun ‘eigen ding’ willen blijven doen. Vaak wordt er geroepen om een digitale kaart of map om de onderlinge samenwerking te bevorderen. Maar dat is niet het belangrijkste. Het gaat erom dat je elkaar leert kennen, zodat je elkaar kunt vinden.’ Bekijk het filmpje.

Huisarts Corinne Collette: ‘Ik werk met het vier-domeinen-model (fysiek/mentaal/sociaal/maatschappelijk). Dat gebruik ik niet alleen in de spreekkamer, maar ook in samenwerking met partners in de wijk. Zo kunnen we bij klachten van patiënten waarop we geen greep krijgen, met elkaar kijken wat er aan de hand is. Zeker als er geen sprake is van medische oorzaken. Dat werkt veel beter dan sociale kaarten. Het gaat erom dat je de mensen kent met wie je samenwerkt in een wijk. Het bespreken van casuïstiek helpt daarbij heel goed om een gezamenlijke taal te leren spreken.’

Initiatiefnemer Willemien Visser: ‘De zorgcoöperatie die we tweeënhalf jaar geleden opzette in Zoetermeer, wordt gerund door een vrijwillig bestuur. Mensen kunnen via de coöperatie zelf de persoonlijke verzorging regelen die zij nodig hebben. En dat gebeurt. Mensen vinden via de coöperatie aanbieders – vaak ook inwoners van Zoetermeer, die als ZZP-ers werken, elkaar kennen en onderling afspraken maken. Zo staan de inwoners aan het roer en houden zij zelf de regie.’ Bekijk het filmpje.

Wethouder Fleur Imming: ‘In Amersfoort zijn we bezig met de Gezonde wijk-aanpak. Daarbij proberen we op basis van de gemeenschappelijke ervaringen van diverse partners per wijk te bekijken wat er nodig is. We zien dat die integrale aanpak enorm veel oplevert, niet alleen voor de burgers maar voor alle betrokken organisaties. Doordat wij als lokale overheid nu meer bevoegdheden hebben op dit terrein, kunnen we die samenwerking bevorderen. Maar tegelijkertijd zie ik ook dat we helaas met wetgeving te maken hebben, die niet echt meewerkt.’Bekijk het filmpje.

‘Ophouden met bezuinigen!!’

Tijdens het debat houdt Marijke Vos, voorzitter van MOgroep vanuit de zaal een vurig pleidooi voor extra investeringen in de ondersteuning van burgers. Want alleen met omdenken en verbindingen leggen, lukt het niet om kwetsbare burgers daadwerkelijk in hun kracht te zetten en te laten meedoen. Om dat ‘plaatje’ waar te maken, moeten gemeenten zich veel fundamenteler bezinnen op hun leidende rol als opdrachtgever in dit verhaal. ‘Ik zie dat in veel gemeenten het beschikbare budget leidend is in plaats van de vraag: wat hebben burgers nodig, en hoe kunnen we de dingen goed aanpakken? Ik wil de overheid dus echt oproepen om professionals – ook budgettair – meer ruimte te geven en de regelgeving en bureaucratie aan te pakken!’ Bekijk het filmpje met enkele statements van Marijke Vos.

En nu: aan de slag…

Aan het eind van de middag krijgen twee deelnemers het laatste woord. Movisie-bestuurder Yvonne van Mierlo herkent zich in het pleidooi van Marijke Vos. ‘Als gemeenten wijken en burgerinitiatieven zo belangrijk vinden, dan moeten ze daar vooral in blijven investeren. Verbinding en co-creatie begint met luisteren, met samen kijken wat de vragen zijn en wat er nodig is, en dat dan ook gaan doen! We weten wat er moet gebeuren, er zijn talloze goede voorbeelden. Nu gaat het er dus om dat we die voorbeelden beter verspreiden!’

‘Van los zand kastelen bouwen… Dat is inderdaad de klus waarvoor wij staan’, vult Vincent Schouten van GGZ Oost Brabant aan. ‘Dat vergt van grote organisaties dat ze hun dwingende kaders durven loslaten. Bovendien vereist dit een heel andere manier van werken, zowel van professionals als van andere partijen zoals zorgverzekeraars. Maar dat zal geen kostenbesparing opleveren. Sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat de kosten van de transformatie en transitie uiteindelijk hoger zijn, dan de bezuinigingen we hiermee willen realiseren. Maar dat lijkt me niet erg, want we behoren tot de rijkste landen ter wereld – met de gezondste ouderen en de gelukkigste jeugd.’

Bron: Movisie.

Alert zijn op eenzaamheid onder vrijwilligers

Wat kun je als vrijwilligersorganisatie doen? De Week tegen de Eenzaamheid is voorbij, maar aandacht voor mensen in een sociaal isolement blijft belangrijk. Het doen van vrijwilligerswerk kan positieve effecten hebben. Persoonlijke aandacht, een goede sfeer en passend vrijwilligerswerk zijn dan wel voorwaarden. In Nederland zijn meer dan een miljoen mensen eenzaam. Zij ontwikkelen vaak eigen manieren om hiermee om te gaan, bijvoorbeeld het doen van vrijwilligerswerk. Hoe kun je als vrijwilligersorganisatie alert zijn op eenzaamheid bij vrijwilligers? Lees meer

Hoe werf ik meer vrijwilligers en hoe zorg ik dat ze gemotiveerd zijn?

Een vraag waar veel (vrijwilligers-)organisaties mee worstelen. En dat is niet zo gek; het managen van vrijwilligers in veel opzichten moeilijker dan het managen van betaalde krachten. Er is geen sprake van loon en hiërarchische opdrachten, maar het draait om intrinsieke motivatie en medewerkers die zelf bepalen op welke competenties ze willen worden aangesproken. Gelukkig zijn er boekenplanken vol over het ontwikkelen van een vrijwilligersbeleid.

Hoe vindt u tussen al die literatuur de voor uw organisatie meest geschikte aanpak? Movisie helpt u op weg met een overzicht van de belangrijkste literatuur. De beschrijving helpt u op weg om de voor uw organisatie juiste titel te vinden.

Lees hier de 12 literatuurtips voor goed vrijwilligersmanagement van Movisie.

Zonder vrijwilligers geen sociale innovatie?

Vrijwilligers, burgerinitiatieven, non-profitorganisaties en sociale ondernemers zijn beter in het realiseren van sociale innovatie dan overheid en bedrijfsleven. Een boude bewering die bij menigeen de wenkbrauwen zal doen fronsen. Toch is deze uitspraak het uitgangspunt van een groot vierjarig Europees onderzoeksproject. Wat zijn de resultaten (tot nu toe) en welke kanttekeningen kun je plaatsen bij dit onderzoek? Over het belang van sectoroverstijgende samenwerking om écht tot sociale innovatie te komen.

Zonder vrijwilligers geen sociale innovatie?
Lees hier het gehele artikel van Movisie.