Skip to content

Nieuwe werkterreinen

Transitie AWBZ – Wmo

Wijzigingen AWBZ en Wmo: een overzicht

De huidige regelingen AWBZ en Wmo ondergaan een transitie. De gemeenten worden per 2015 verantwoordelijk voor ondersteuning en begeleiding van hun burgers. De extramurale verpleging, een groot deel van de persoonlijke verzorging en de langdurige GGZ gaan naar de Zorgverzekeringswet. Het beschermd wonen komt ook onder verantwoordelijkheid van gemeenten te vallen, waarbij voor GGZ-cliënten een waarborg ingebouwd is dat zij de komende vijf jaar de ondersteuning houden waar ze nu al gebruik van maken.

De aankondigingen in het regeerakkoord ‘Bruggen slaan’ passen in de trend om zorg en welzijn te kantelen. Het kabinet wil de komende jaren de omslag maken naar Zorg dichtbij: ‘meer zorg in de buurt, meer samenwerking tussen aanbieders en houdbaar gefinancierde voorzieningen, zodat ook latere generaties er nog gebruik van kunnen maken’. Gemeenten kunnen, aldus het regeerakkoord, meer maatwerk bieden en inspelen op lokale omstandigheden en zorgbehoeften van cliënten. Daarvoor is naast de transities ook een transformatie nodig in het sociale domein. Lees hier het hele artikel.

Aandacht voor iedereen

Kennisdossiers:

Aandacht voor iedereen publiceert regelmatig kennissdossiers voor leden van Wmo-raden en belangenbehartigers, zoals:

  • Coöperaties voor en door burgers
  • Cliënten- en burgerparticipatie in de Wmo
  • Van beleid naar inkoop
  • Zin in zelfredzaamheid
  • Zelfregie, eigen kracht, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid
  • Bouwen aan sociale netwerken
  • Burgerprojecten in zorg en welzijn

Zelfregie

‘Zelfregie’, ‘eigen kracht’, ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ zijn belangrijke termen die in de Wmo veel gebruikt worden. Ze vormen de kern van twee belangrijke veranderingen die al een tijd gaande zijn en die nu versneld worden door de decentralisaties en bezuinigingen. Dit kennisdossier verheldert de verschillende betekenissen waarin deze begrippen worden gebruikt.

Bouwen van sociale netwerken

Sociale netwerken geven niet alleen plezier en betekenis aan het persoonlijke leven, maar hebben ook een praktische functie. Binnen sociale netwerken kunnen mensen elkaar ondersteunen en samen oplossingen voor problemen bedenken. De laatste jaren krijgt deze praktische functie steeds meer nadruk. Dit kennisdossier beschrijft hoe sociale netwerken van mensen met een beperking, ziekte of aandoening opgebouwd, uitgebreid en ondersteund kunnen worden. Het kennisdossier laat ook zien welke rol sociale netwerken kunnen vervullen in de ondersteuning of zorg voor deze mensen. In het dossier wordt een onderscheid gemaakt tussen het persoonlijke netwerk en het netwerk op buurt- of wijkniveau.

Zingeving in de Wmo

Er is een nieuw kennisdossier van het programma Aandacht voor iedereen. Dit kennisdossier gaat over zingeving en welbevinden in de Wmo. Het is ontwikkeld door het kennisinstituut Vilans.

De Wmo heeft tot doel de participatie en zelfredzaamheid van mensen met een ziekte, beperking of aandoening te vergroten. Aandacht voor zingeving tijdens het keukentafelgesprek of in de dagelijkse ondersteuning van cliënten door mantelzorgers, vrijwilligers of professionals helpt om een betekenisvolle invulling aan deze Wmo-doelen te geven. Cliënten krijgen beter zicht op de ‘bronnen’ die bijdragen aan hun welbevinden. Denk bij bronnen bijvoorbeeld aan relaties, hobby’s of vrijwilligerswerk. Aandacht voor zingeving versterkt hiermee de eigen regie: cliënten kiezen voor oplossingen die daadwerkelijk bij hen passen.

In het kennisdossier ‘Zin in zelfredzaamheid – Zingeving en welbevinden in de Wmo’ wordt beschreven dat aandacht voor zingeving in de Wmo:

  • noodzakelijk is om te zorgen dat cliënten betekenisvol kunnen participeren, gebruik kunnen maken van hun eigen en elkaars kracht en na verlies en rouw toch weer verder kunnen;
  • nodig is om mantelzorgers en vrijwilligers goed te begrijpen en begeleiden;
  • belangrijk instrumentarium is voor professionals om cliënten te ondersteunen bij participatie en zelfredzaamheid, en hun eigen kracht te stimuleren.

Het kennisdossier is bedoeld als hulpmiddel voor leden van Wmo-raden en regionale en lokale belangenbehartigers. Het is een aanmoediging om met elkaar en met de gemeente in gesprek te gaan over de speciale aandacht die zingeving binnen de Wmo vraagt. In het kennisdossier staan tips voor Wmo-raden en regionale en lokale belangenbehartigers om het thema zingeving in het gemeentelijke beleid en in de lokale uitvoering van de Wmo te borgen. In het dossier staan bovendien veel goede voorbeelden en succesvolle aanpakken rond zingeving uit de praktijk.

Burgerprojecten in zorg en welzijn

Dit kennisdossier gaat over burgerprojecten in zorg en welzijn. Het kennisdossier bestaat uit twee delen. In het eerste deel gaan we inhoudelijk in op wat burgerprojecten in zorg en welzijn zijn en waarom zij belangrijk zijn in de huidige ontwikkelingen. Vervolgens schetsen we een aantal kenmerken van burgerprojecten en beschrijven we succes- en faalfactoren. Ten slotte geven we suggesties aan Wmo-raden over hoe om te gaan met burgerprojecten.  In het tweede deel wordt een aantal voorbeelden van burgerprojecten beschreven en geven we meer informatie over interessante publicaties, artikelen en websites.

Vrijwillige inzet voor en door jeugd en gezin

Vrijwillige inzet voor en door jeugd en gezin

Het programma stimuleert de actieve rol van bewoners van buurten, wijken en dorpen (civil societies) bij het opvoeden en opgroeien, oftewel het versterkt de pedagogische civil society. Hierbij wil het programma samenwerking en uitwisseling tussen gemeenten, jeugdzorg, welzijnswerk en vrijwilligersorganisaties stimuleren op het gebied van actief burgerschap rondom opvoeden en opgroeien.

Achtergrond

Het gezamenlijk adviesrapport ‘Investeren rondom kinderen’ van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg pleit voor een meer vanzelfsprekende rol van de omgeving van gezinnen – familie, buurt, lokale middenstand, scholen – als opvoedingspartner van ouders. De focus is de laatste tijd komen te liggen op wat beroepskrachten voor jeugd en gezinnen kunnen doen, in plaats van wat jongeren en volwassenen voor elkaar kunnen betekenen. Dit terwijl de omgeving van gezinnen een belangrijke rol kan spelen bij het voorkomen van problemen en bij het vinden van een oplossing wanneer zich uitdagingen en problemen voordoen.

Doelen

  1. Meer vrijwillige inzet voor en door jeugd en gezin
  2. Professionals maken meer gebruik van vrijwillige inzet
  3. Gemeenten maken meer gebruik van inzet vrijwilligers
  4. Structurele relatie (landelijke) vrijwilligersorganisaties en gemeenten

Wat levert het op en voor wie?

Een gezonder opgroei- en opvoedklimaat in wijk en buurt. Gemeenten, beroepsorganisaties en vrijwilligersorganisaties ondersteunen en stimuleren lokale gemeenschappen om een rol te spelen rondom opvoeden en opgroeien.

Werkwijze

In praktijkprojecten werken vrijwilligers – samen met jeugd en ouders – aan betere leefbaarheid in dorpen en wijken. Andere projecten ontwikkelen kennis en vaardigheden, zodat veldpartijen als gemeenten, beroepsorganisaties en vrijwilligersorganisaties, de vrijwillige inzet voor en door jeugdigen en gezinnen beter kunnen ondersteunen. Het actieonderzoek ‘allemaal opvoeders’ onderzoekt bij een aantal CJG’s hoe zij actief burgerschap rondom opvoeden en opgroeien kunnen versterken. Communicatieactiviteiten en kleine stimuleringsbijdragen inspireren gemeenten en het lokale jeugdveld om de pedagogische civil society te versterken. Het programma werkt nauw samen met het Nederlands Jeugdinstituut en MOVISIE.

Projecten en producten

Het programma Vrijwillige Inzet is inmiddels afgerond. Bekijk hier de producten die binnen de bijna honderd projecten ontwikkeld zijn.

 

Handboek Ben ik in Beeld: Aanpak om in drie dagen aan vernieuwing te werken in vrijwilligersorganisaties

Van vrijwilligersorganisaties wordt steeds vaker verwacht dat zij een ondernemende houding hebben. Zij worden uitgedaagd zichzelf te vernieuwen en aan te sluiten bij de wensen van de vrijwilligers of klanten (leden). Dit is zeker nodig in tijden van afnemende subsidie en minder vanzelfsprekende en structurele inzet van vrijwilligers en leden. Als organisatie moet je dus op zoek naar nieuwe kansen en mogelijkheden. Hoe dat aan te pakken? Dat zie je in dit werkboek.

Scroll To Top